Informatie over kinderoefentherapie voor scholen

Wat is kinderoefentherapie?

Kinderoefentherapie is een specialisatie binnen de oefentherapie Cesar en Mensendieck. Een kinderoefentherapeut behandelt kinderen met motorische problemen wanneer deze een negatieve invloed hebben op het dagelijks functioneren van het kind. Hierbij kan gedacht worden aan niet goed meekomen tijdens de gymles of het buitenspelen, maar ook aan moeite hebben met kleuren en schrijven. De kinderoefentherapeut sluit tijdens de behandeling aan bij de activiteiten waar het kind moeite mee heeft. Spel en plezier in bewegen staan tijdens de behandeling op de voorgrond!

informatie

Motorische ontwikkeling

Als leerkracht ziet u dagelijks kinderen bewegen, maar wat is nu een leeftijdsadequate motorische ontwikkeling en wanneer heeft een kind ondersteuning nodig?
Hieronder wordt aangegeven hoe voor de verschillende leeftijdsgroepen op school te zien is of de motorische ontwikkeling goed verloopt.

Vierjarigen (groep 1)

  • Symmetrie van armen en benen moet aanwezig zijn. Een kind kan bijvoorbeeld met twee benen tegelijk springen (in plaats van huppen) en met twee armen een grotere bal rollen en stuiten/gooien.
  • Een kind moet zich vrij op het schoolplein en in de gymzaal kunnen bewegen. Het kan klimmen en klauteren en gaat dynamisch bewegen, zoals rennen. Het is opvallend als een kind niet mee wil doen met bewegingsactiviteiten of juist nergens gevaar ziet of vaak valt/struikelt/botst.
  • Bij een vierjarige vergroot met name de geoefendheid/kwantiteit van de fijne motoriek. Het kind vindt het leuk om met verschillende materialen aan de slag te gaan (zandtafel, vingerverf, klei), te krijten, te tekenen op grote vellen, te kleuren en te knippen.
  • De ruimtelijke ontwikkeling en het lichaamsbesef moeten op gang komen.
  • De zelfredzaamheid wordt groter. Het kind leert zich aan en uit te kleden, te eten met bestek, te knippen, maar ook te fietsen met en zonder zijwielen.

Vijfjarigen (groep 2)

  • Het kind beweegt zich vrij in de gymzaal en op het schoolplein. Hierbij neemt het ook meer eigen initiatief en in spelvorm (=dubbeltaak).
  • Het kind kan fietsen zonder zijwielen en dit in zijn/haar spel toepassen. Wanneer een kind zelf variatie in bewegen opdoet en geleerde vaardigheden gaat toepassen, is dit een teken dat de motoriek zich voldoende ontwikkelt en vaardigheden geautomatiseerd worden.
  • Het kind kan de zithouding even volhouden, zoals bij het in de kring zitten en tijdens een taakje.
  • Wat de fijne motoriek betreft: de voorkeurshand moet duidelijk zijn en hiermee de juiste verdeling werk/steunhand. De tekenbeweging wordt vloeiender en de pengreep is juist. Het tekenen en kleuren moet zich kwalitatief gaan ontwikkelen. Ook moet het kind taakgerichte opdrachten kunnen uitvoeren, zoals de naam (na)schrijven en gedetailleerde poppetjes en figuren zoals een driehoek kunnen tekenen.
  • Ruimtelijke ontwikkeling en lichaamsbesef ontwikkelen zich verder. Het kind moet zich bijvoorbeeld binnen afzienbare tijd kunnen aankleden en in dit in de juiste volgorde kunnen (volgens een plan) en dingen kunnen vinden.

Zes- en zevenjarigen (groep 3 en 4)

NB. Let op de kinderen van 5 jaar in groep 3, zij moeten op een relatief hoog motorisch niveau presteren.

  • Vanaf zesjarige leeftijd kan het kind complexere vaardigheden aanleren/automatiseren, zoals zwemmen, schrijven, plannen van taken, lezen, veters strikken en eten met mes en vork en een blad goed meedraaien met de steunhand bij knippen en schrijven. Oftewel het kind is in staat om met de voorkeurshand een beweging (bijvoorbeeld knippen) uit te voeren, waarbij de andere hand een goede ondersteuning biedt (bijvoorbeeld draaien van papier tijdens het knippen).
  • Tot groep 2 was vooral de kwantiteit van bewegen belangrijk, de geoefendheid van de motoriek. Vanaf groep 3 wordt de kwaliteit van bewegen (hoe voer je een beweging uit) belangrijk. Voorwaarden voor het schrijfproces zijn een symmetrische zithouding (evenwicht), een vloeiende armbeweging, de juiste pengreep en pendruk en een optimale verdeling tussen de werk- en steunhand. Extra oefenmomenten zijn belangrijk wanneer de schrijfbeweging krampachtig verloopt, de zithouding onvoldoende is of het kind nog weinig plezier heeft in handvaardigheid en schrijven. Je kunt niet alles in de klas oefenen, maar het is belangrijk dat je als leerkracht deze problemen signaleert en ouders kan adviseren.
  • Als de ruimtelijke ontwikkeling en het lichaamsbesef zich voldoende ontwikkelen, heeft een kind in groep 3/4 overzicht in werktaken, de richting van cijfers en letters en de verdeling van het schrijfvlak.

Groep 5 en hoger

  • Het schrijfproces wordt geautomatiseerd, waardoor het schrijftempo verhoogd wordt en het kind dubbeltaken erbij uit kan voeren.
  • Bij de gymles kan complexe coördinatie aangeleerd en geautomatiseerd worden.
  • Wanneer motorische vaardigheden nog moeite kosten, is het belangrijk om te achterhalen waardoor dit komt. Dit is niet meer passend bij deze leeftijdsgroep.

Kinderoefentherapie op school

Het platform kinderoefentherapie heeft het protocol kinderoefentherapie binnen een onderwijssetting ontwikkeld.
Heeft u als school interesse in kinderoefentherapie binnen uw school? Neem dan contact met ons op.

Protocol Kinderoefentherapie binnen een onderwijssetting

Een protocol beschrijft de eisen en voorwaarden die gelden voor kinderoefentherapeuten werkzaam in een onderwijsinstelling. Download onderstaand bestand voor alle informatie rondom dit protocol

Download protocol kinderoefentherapie

 

Copyright Praktijk Oefentherapie 2015 - 2020 Disclaimer
Design & development by: Timeless Design
Naar boven
Onze praktijk is weer geopend zoals u van ons gewend bent! U kunt erop vertrouwen dat wij er alles aan doen om besmetting te voorkomen. Hierin volgen wij de richtlijnen van het RIVM.     Lees verder